23.10.11

Het grijs dat nergens tot noopt


Elk jaar overvalt het me weer: het snelle lengen der dagen als januari tegen zijn einde loopt.
En elk jaar heb ik er op onverklaarbare wijze moeite mee, met het afscheid nemen van de natuurlijke rust die in die paar donkere wintermaanden over me komt als de avond al rond vijf uur valt. Van het duister dat me als een veilige deken omsluit en de straten op tijd stil maakt. Noem het een omgekeerde depressie, maar ik verlang naar die duidelijke scheiding van dag en avond, stemmig kaarslicht dat alles in mijn huis mooier maakt en de koude zwarte avondlucht die zich vermengt met de geur van haardvuren als ik aan het eind van de dag naar huis fiets. Nog even en ik mag de late herfst in mistig november omarmen, de aanloop naar mijn vriend Winter, met zijn stormachtige of juist kalme loodgrijs. Het grijs dat nergens tot noopt, het rechtvaardigt de dag in ledigheid en binnenshuis door te brengen. Een, voor mij, klein groot ding des levens, dat, en dat bevalt me nog het meest, steeds weer terugkeert.