Dat mijn auto zichzelf met een harde 'KLIK!' op slot had gedaan, nadat ik even uit was gestapt, was best raar. De sleutels zaten nog in het contact, de motor draaide, de koplampen brandden.
Ontzet trok ik aan de deuren, de achterklep, tegen beter weten in. Tas, telefoon, sleutels, jas en één enkele verse bloem vormden samen een onbereikbaar (stil)leven op de zitting van de passagiersstoel.
De bloem zou de gijzeling in de warme auto mogelijk niet overleven als er niet heel snel hulp kwam. Maar wie er ook langs fietste, niemand had een telefoon bij zich. Aan mijn kant van de duinen komt dat kennelijk nog voor.
Om een lang verhaal kort te maken: fietser nummer tig beschikte zowaar wel over een telefoon en belde de ANWB die snel een mannetje ter plaatse had dat mijn auto binnen twee minuten vakkundig wist te kraken. Voor het in het automatische slot vallen van de deuren had ook hij geen verklaring. Het maakte niet uit. Ik zat weer achter het stuur en had haast. Het schemerde al. De bloem had dapper stand gehouden.
Nu kon ik er van alles bij bedenken, bij het zomaar op slot gaan van mijn auto, en dat deed ik dus ook. Ik bedacht bijvoorbeeld dat Zuid-Koreaanse techniek een lachertje is. Een realistische gedachte. Daarna bedacht ik dat de auto gewoon oud en in de war is. Ook geen onzin. Dat het misschien een teken van Het Onverklaarbare was, qua 'zou het?', bedacht ik niet meteen. Dat soort dingen bedenk ik eigenlijk nooit.
Het drong zich later aan me op. Veel later. Na het verlaten van de begraafplaats waarheen ik op weg was geweest om een laatste groet te brengen aan iemand die afscheid heeft genomen van het leven. Verpletterend nieuws. Verdrietig ongeloof bepaalt alle dagen sindsdien.
De bevrijde bloem ligt nu op zijn graf, hopelijk zijn nirvana, tussen duizenden andere bloemen, gestolde tranen en gesmoorde kreten. Een bloemenzee op een lage heuvel die ik onmogelijk over het hoofd had kunnen zien, al was de weg erheen me letterlijk gewezen door iemand die er nu dagelijks zal komen, en die ik daar vermoedelijk niet had getroffen als mijn auto mij niet voor zeker een uur had buitengesloten.
Het was een niet geplande samenkomst die het aardse lijden van haar en mij iets verzachtte; ze bood troost, inzicht en een nieuwe vriendschap. Wie zegt dat timing niet alles is?
Natuurlijk is de auto oud en in de war en ook nog eens van Koreaanse makelij, maar voor even, heel even, geloofde ik dat het kleine beetje pech dat mij eerder die dag had geraakt, een hoger doel diende.
Dat ik dát dacht... enfin. Maar toch.
