17.11.11

Een Taiwanees met geen enkel gevoel voor drama


Geen idee of het kwam door de tijd van het jaar, de tijd van de maand of de eerste voorzichtige kerstsong van Nat King Cole, maar iets overmande mij toen ik in de met liefde gesorteerde winkel een pluchen rendiertje aantrof dat me met hoopvolle oogjes aankeek. Vanuit een bak vol kitscherige kerstversiering.

Het was het enige overgebleven rendiertje tussen een lading spotgoedkope (drie voor 99 cent) maar oerlelijke sneeuwmannetjes en engeltjes, die dit jaar, en daar ben ik zeker van, aan geen enkele kersttak zullen hangen. Een kanslozer tafereel trof ik zelden aan.

Over het rendiertje was nagedacht: het had een rood wollen sjaaltje om met echte koperen belletjes eraan, en zijn in warme wantjes gestoken voorpootjes hield hij geklemd om minuscule skistokjes. Een geweitje dat onwaarschijnlijk naar achteren helde, alsof hij in volle vaart een bergje afsuisde op zijn belachelijke skietjes. En dan dus die oogjes, die smeekten: ‘Haal mij weg! Ik ben uniek! Ik hoor niet tussen deze afgekeurde minkukels!’

Een of andere Taiwanees had het rendiertje daadwerkelijk een hartverscheurend smoel gegeven. En dat wollen sjaaltje met dito wantjes. Het belandde dus in mijn winkelmandje.

Maar toen kreeg ik een gruwelijk medelijden met de sneeuwmannetjes en engeltjes die dat smoel misten. Stompzinnig grijnzende misfits waren het. Net iets te groot en onhandig, afgeraffeld door een collega-Taiwanees met geen enkel gevoel voor drama. Zoiets.

Het rendiertje legde ik terug. Het voelde alsof ik de mooiste en wolligste kat van het asiel adopteerde, zonder oog te hebben voor de mottige katers en poezen die ook hun best deden mijn aandacht te trekken. Of juist niet, want gedumpt, schuw en voor altijd zonder hoop. Ja, zo voelde het.

Gehaast verliet ik de winkel, stortte me in de neutrale omgeving van Albert Heijn. Om er na veilige sluitingstijd nog een keer naar binnen te kijken.

Vanuit de verlaten donkere winkelstraat staarde ik naar de nog altijd volle bak met de pluchen sneeuwmannetjes en engeltjes. Het rendiertje lag op zijn rug; zijn skietjes staken hulpeloos in de lucht.

Daar lag hij, eenzaam wachtend op de volgende sentimentele idioot die waarschijnlijk wel de hele bak adopteert.

Zou zomaar kunnen dat ik dat ben. Alsnog. Vandaag. Want het is de tijd van het jaar. Die tijd van de maand, ook. Nat King Cole maakte het af.