Voornemen van de afgelopen week: Pen ontroesten. Nu of nooit. Alles is geoorloofd.
Nu ja, meer over mijn weerzin tegen de miljoenen neuzen die al-le-maal dezelfde kant op staan. Totdat er over een paar dagen eindelijk een einde komt aan de Sportzomer die niet mijn Sportzomer was. Vriend.
Ik ben Kromo-moe, Phelps-moe, Bolt-moe en vooral
Olympische-sporters-met-Dr.-Dre-koptelefoons-moe.
Over dit laatste
verschijnsel: Olympische sporters anno nu doen de slim-shady-chop voor de camera, knipogen en roffelen op de borstkas
bij opkomst, al dan niet getooid met de oversized koptelefoon die op non-verbale
wijze duidelijk moet maken dat al dat applaus van de toeschouwers even heel erg
en ook ontzettend niet gewenst is.
Mijn mening daarover? Concentratie veinzen op topniveau, met
een Beats Wireless headset in mierzoete kleuren op je kop, is overdreven,
aanstellerige, niet-authentieke, na-aperige onzin. Doe even normaal, man!
Hoe
deden topsporters dat in een niet eens zo grijs verleden, toen minachting voor
het publiek niet zo gewoon werd gevonden? Olympische deelnemers maakten keurig in een rijtje hun opwachting en niet, zoals nu,
een voor een, gelijk (kick)boksers met grote glimmende capes. Hoe? Zo? (En waarom
laat Word mij het woord ‘Olympisch’ niet met een kleine ‘o’ schrijven?) Prangende
vragen waarop niemand wil antwoorden, behalve dat de organisatie dit rocksterrengedrag
qua kleding voorschrijft en nu moet ik die informatie weer aan een nadere inspectie onderwerpen.
Ik moet
niet zo negatief zijn, zegt mijn omgeving, want het is toch allemaal supertoppie, kicken en yesssss! “Kijk
nu eens naar Churandy Martina, Loor! Luister naar
die man! Die is zo aanstekelijk positief, daar worden we
allemaal weer vrolijk van, zelfs jij!” Ja, he he, toon me eens een sporter die
een lekker zwart wereldbeeld én iets met interpunctie heeft en ik zal
geïnteresseerd opveren.
De Spelen? Doe mij maar brood. Alhoewel ik een adembenemend Olympisch
onderdeel ontdekte waarbij de kijker gevrijwaard blijft van egovertoon: de
paardendressuur. Ik ga niet uit de doeken doen hoe wonderschoon en knap en
hyperbeschaafd die tak van sport is, want dat spreekt voor zich. En zo niet,
dan niet. Maar ik heb - yay! - eindelijk
mijn moment van ontroering beleefd tijdens #OS12 en ben dus toch niet kansloos overleden na het
onderdeel Olympisch-door-de-strot-duwen van sport, sport en nog eens sport.
Maar het is genoeg geweest. Klaar. Nu. Basta. De
nabeschouwingen zullen nog even de laatste ergernissen brengen maar dan is de
wereld (als in kranten, televisie, radio, liefdesleven) weer van mij.