In de leukste kringloopwinkel van Nederland werken mensen
waar ‘iets mee is’. Bij sommige van hen is dat ‘iets’ makkelijk te achterhalen. Zo wordt
daar de kassa bediend door iemand die een reusachtige rekenmachine gebruikt om
met trillende vingers één euro en vijftig cent bij elkaar op te tellen en die bijna huilend haar
meerdere roept als er dan met twee euro wordt betaald. Helder verhaal.
Dat er iets loos is met de man van de boeken- en dvd afdeling,
die zich schielijk verstopt als klanten hem iets willen vragen en dan vanuit de coulissen brult "IK HEB HET ALTIJD AL GEZEGD!!!", valt ook niet moeilijk te raden. Zicht- en hoorbaar anders is deze wat eenzaam ogende figuur. Maar wel op een aangrijpende manier. Zoals
de kassamevrouw en haar wisselgeldvrees en weet ik veel wat voor andere soorten
vrees. Stuk voor stuk mensen met een hoge nebbisj-factor.
Maar hoe het nou eigenlijk zit met de dame die er de pashokjes M/V bestiert, bleef lange tijd een raadsel voor me. Het
‘iets’ aan haar kon ik maar niet ontdekken. Ze ziet er goed verzorgd en schoon uit, is welbespraakt, altijd vriendelijk en buitengewoon correct. Ze informeert keurig bij elke neuzende bezoeker - hoe sjofel ogend dan ook - of ze een
paskamer gereed kan maken, er vast iets in op kan hangen, zodat hij of zij niet met de
armen vol langs de rekken met door haar zorgvuldig op soort en kleur
gesorteerde retromode hoeft te sjouwen. En dan is ze ook nog prettig kritisch,
laat niemand met een bloesje naar huis gaan dat net niet past. Ook al kost het nog
geen vijf euro.
Gisteren doorgrondde ik de oorsprong van haar vermeende afwijking.
Ze lag eigenlijk zo voor de hand dat ik me voor het hoofd sloeg dat ik niet
meteen had gezien wat haar ‘iets’ was. Deze uitzonderlijke vrouw moet ooit vol
waarachtige en zeldzame motivatie in een gerenommeerde couturewinkel hebben gewerkt waar ze langzaam
maar zeker werd buitengesloten door bête, kauwgum kauwende en oeverloos whatsappende collega’s. Want door haar inzet
moesten zij ook iets van servicegerichtheid laten zien, klanten daadwerkelijk
helpen en, verdomme, gewoon werken! Zo werd ze, na jaren van dapper strijden voor het
in haar ogen mooiste beroep - nee, haar Roeping -, uiteindelijk gepromoveerd tot iemand
die ‘iets’ heeft.
Ja. Zo ongeveer moet het met haar zijn gegaan, al durf ik het haar niet te vragen. Nog niet. Misschien mag ik haar nieuwe oude rol niet verstoren. Misschien werkt ze in haar beleving nog altijd in die gerenommeerde couturewinkel en niet in de grootste kringloop van de regio. Nee, laat ik die illusie niet ontwrichten. En die van mezelf ook niet. Nergens anders heb ik me zo Koningin Klant gevoeld als in deze loods vol tweedehands schatten en zijn parel van de pashokjes.
