14.1.13

Geselecteerd voor inkoop


Als de maand van het jaar nadert waarin mijn auto gekeurd moet worden, kan ik de klok erop gelijk zetten dat auto-opkoopbedrijven mij en masse proberen te scheiden van mijn bejaarde Japanner. 

Op briefpapier met vertrouwenwekkend RDW-logo delen ze mee dat mijn auto door hen is 'geselecteerd voor inkoop'. Die zin doet pijn, want hij drukt me met de neus op de feiten - op het naderende moment van afscheid dat tot op heden slechts dankzij het fijnste garagebedrijf aan mijn kant van de duinen werd uitgesteld.

De Japanner is allang de knapste niet meer, zoals in zijn veerkrachtiger jaren. Hij kraakt, hij zucht, heeft hardnekkige staar als het vochtig weer is en stoot heel soms kleine, onschuldige onderdelen af. Maar dat mag als je bijna 22 jaar bent, zonder moeite van A naar B blijft rijden en in al die jaren maar één keer iemand van de Wegenwacht aan je hebt hoeven laten sleutelen.

Dat bewuste incident vond onlangs plaats, toen de decembersneeuw het ruitenwissermechanisme deed begeven. Mijn schuld, want ik was te lui geweest om de dikke laag sneeuw weg te vegen en had daarmee een te zwaar beroep op de antieke wissers gedaan.

Het was alsof hij zich geneerde voor zijn falen, zijn grijs-metallic schouders ter verontschuldiging optrok terwijl de sneeuw vrij spel had op de voorruit, waardoor het leek alsof hij met gesloten ogen en gebogen hoofd mijn toorn afwachtte.

Ik stelde hem gerust, bedankte hem voor de kleine waarschuwing dat ik echt geduldiger met hem om moet springen als ik hem nog wat langer bij me wil houden.

De Wegenwachtmeneer liet niet lang op zich wachten en deed iets met een elastiekje en een haakje en toen konden we weer verder. Opgelucht reed ik mijn verwaarloosde vriend een warme wasstraat in, vulde zijn banden met lucht, de motor met een halve liter verse olie, schudde professioneel aan het koelvloeistofreservoir en veegde half vergane bladeren onder de motorkap weg. Al veel te lang was ik niet zo goed bezig geweest.

"Nee mevrouw, zo worden ze niet meer gemaakt." Een heer op leeftijd, die mijn zelfredzaamheid geamuseerd had gadegeslagen, liep op ons af, legde zijn hand op de motorkap, knikte goedkeurend en hield toen een vlammend betoog over auto's van Toen en Nu. Ik hing aan zijn lippen, want met een beetje goede wil kon ik uit zijn verhaal opmaken dat ik, als ik nu goed op mijn oude maat blijf passen, nog even geen afscheid van hem hoef te nemen.

'Nou dag! Tot de roest jullie scheidt!' 

En van roest is nog geen sprake. Ik ga alles doen wat nodig is om het samenzijn te rekken. Technische én mentale support voor de knar die me al zo lang trouwe dienst bewijst. 

Mocht u mij  dus in de nabije toekomst al sprekend in het luchtledige voorbij zien rijden, dan kunt u er verzekerd van zijn dat ik niet handsfree aan het bellen ben.