In een loodgrijs verleden, toen ik ook nog ontzettend in-the-box dacht en de fout maakte in de o zo laffe ik-vorm/tegenwoordige tijd te schrijven, stuitte ik op een uitgever die een selectie van mijn allereerste columns wilde bundelen. Er werd een contract getekend, een omslag ontworpen en de samenwerking verliep aanvankelijk van je falderie en faldera en toen hoorde ik plots niets meer van het falderappes.
Het vergt niet eens een lang betoog, qua hoe het nu zo ver gekomen was. Toch zal ik het u besparen. Laten we het erop houden dat ik door het Hogere ben behoed voor een misvormde debuutbundel, waarin, dankzij een overijverige redacteur, Loor niet meer terug te vinden zou zijn geweest.
Daarna kwam er een uitnodiging bij een uitgeverij van formaat & niveau. En het verzoek mijn columns los te laten en een roman te schrijven. Verzamelde columns verkopen namelijk niet. Want lezers denken in kaders.
Ik vrees dat ik toen voor het eerst in mijn leven en om twee redenen zoiets banaals als een gilletje slaakte. A: ik had niet verwacht dat deze uitgever mij serieus zou nemen. B: een roman had ik niet in mijn hoofd. En ook niet voor ogen. Om geld is het me nooit te doen geweest (C).
Als al ergens mijn kracht ligt, dan is het bij Het Kleine Verhaal, de korte afstand. Daarom weiger ik tot nog toe mijn artistieke ziel aan de duivel te verkopen, geforceerd op een boekenlijst te verschijnen, hoe vereerd ik ook ben met de uitnodiging. Een principekwestie! En vervloek mijn faalangst.
Misschien zal ik, lui en bevreesd als ik ben voor genadeloze afwijzing, nooit ergens 'in' of 'voor' schrijven. Maar wel zonder beperkingen op dit weblog, mijn online Moleskine. Het kent geen deadlines die alle creativiteit om zeep helpen, geen laatste bladzijde. En het is, zoals eerder aangehaald, vrij toegankelijk voor wie me lezen wil.
Mooi, toch? Zeg het voort.