21.2.13

Flieftmanlul



Abdicatie en conclaaf zijn nu al de lemma's van 2013. Een vorstin en een opper-Heilige treden af, of terug, en dragen hun sacrale stokjes over aan andere non-goden die op hun beurt het piepkleine, niet onder curatele staande deel van de mensheid helemaal niets zullen brengen. Maar! Stop! De! Persen! Er wordt geschiedenis geschreven!

Allemaal leuk en aardig, alles voor een feestje ter afleiding van het immense wereldleed en zo, maar het zal dit jaar wat mij betreft gaan om een ander steekwoord, te weten flieftmanlul.

Het zal betrekking hebben op een viering tussen 28 februari en 30 april, tussen conclaaf en abdicatie. Op een dag waarop er daadwerkelijk geschiedenis zal worden geschreven. Mijn geschiedenis. Want op die datum ben ik - ja, ik - precies twee jaar, nou ja, flieft. Man. Lul. En niet een beetje. Of op de oude vertrouwde knipperlichtbasis. Integendeel.

De weg naar flieftmanlul was en is er een van zwalken, zwieren, golven, beven, duizend doden sterven. Een pad waarop ik mijn gekraste ziel tors, waar geen U-bocht kan worden gemaakt als op lafbange momenten ten halve keren beter lijkt dan ten hele dwalen. Terugtreden is er uitgesloten. Voorwaarts is het devies. Zonder uitwisselbaar stokje.

En omdat ik zover heb weten te komen, het geloof weer tot mij kwam, weet ik dat er hoop is voor alle andere gedemotiveerden. Ik had mijn steekwoord kleinmoedig en voorgoed geschrapt. In ongebluste kalk begraven. Weg ermee. Fictieve onzin. Maar uit elke modderpoel kan kennelijk een lotusbloem groeien. Een met een neurotische hartslag van 180, maar toch.

Dat komt nooit meer goed werd 24 maanden flieftmanlul. Stop de persen.