
Soms zie je iets wat op het eerste oog een alledaags plaatje lijkt. Iets waaraan je zo voorbij zou gaan als je een hoofd vol to-do-lists hebt terwijl je onderweg bent naar je wekelijkse, ontspanning brengende yoga-sessie (waarvoor je - zoals altijd - bijna te laat bent) om daarna opzij, opzij, opzij naar huis te vliegen om de babysit af te lossen.
Tot die categorie mensen behoor ik niet, behoorde ik niet en zal ik nooit behoren.
Ik was op weg naar nergens. En had oog voor alles. De donkere Dreef was verlaten en lang en zou uiteindelijk afbuigen naar de splitsing waarop ik zou moeten beslissen waarheen ik verder zou rijden. Naar huis of toch nog even verder, gewoon verder.
Het naderende stoplicht dat me meer bedenktijd zou geven werd oranje en ik remde rustig af. Er was tenslotte niemand achter me die op weg was naar ergens. Niemand die ik daarmee ergerde. Niemand.
Nu ja. Er was wel iemand.
Een mooi meisje van een jaar of vijftien zat in een bushokje dat zich ter hoogte van mijn stoplicht bevond en dat haar schitterend uitlichtte. Ze zat fier rechtop en keek, net als ik, richting het nergens. Waar zoveel meer te zien is. Als je durft.
Zij leek dat besef en lef te bezitten en vormde met haar opgeheven, nieuwsgierige gezicht een hoopvol stemmend contrast met het beeld van haar leeftijdgenoten die tot niets anders in staat lijken dan met voorovergebogen hoofd smartphones te bestuderen. Zij nemen de wereld om zich heen allang niet meer waar. Hun wereld is gekrompen tot een 4-inch display. Tot een categorie. Tot wie dit meisje niet behoort en niet zal behoren.
Maar niet alleen leek zij het nergens-ergens recht in de ogen te kijken, ze leek ook op zo veel meer te wachten dan buslijn 4. Ze wachtte op het leven. Op morgen, overmorgen en daarna en daarna. Op precies dezelfde plek waar ik op precies dezelfde leeftijd op precies hetzelfde wachtte.
In haar prachtige gezicht dat in nevelig goudlicht baadde las ik dit alles. In hooguit dertig seconden. Groen licht was nog nooit zo onwelkom.
Bij de splitsing nam ik uiteindelijk niet de afslag richting de Nowhere Highway, maar sloeg rechtsaf. Het meisje had haar intrek in mij genomen, haar licht in mij - die het donker zo liefheeft - binnen laten vallen. Ze verkortte daarmee zelfs mijn weg. Naar ergens. Naar huis. Waar ik haar meteen op kon schrijven.