
Het kwam pas veel later aan. Dat ik een wolfluwelen liefkozing niet moet proberen door te geven aan alweer iemand die haar om een of andere onbegrijpelijke reden zou kunnen weigeren. Twee keer was voldoende geweest.
Ik kocht deze opbeuring brengende aai in de vorm van een beertje in eerste instantie voor mijn moeder, die meer dood dan levend was na een zware heupoperatie en daarom helemaal niet in staat leek te zijn om zich haar principes te herinneren.
Toen ik haar het beertje in haar armen duwde begreep ze evenwel niet wat ik in hem had gezien op het moment van aankoop (onder andere dat er een Taiwanees met gevoel voor drama aan had gewerkt) en fluisterde: "O, schat, wat moet ik nou met een knuffelbeest. Je kent me toch. Nee, hou het zelf maar, hou het alsjeblieft zelf. Breng me niet in deze situatie."
Situatie? Knuffelbeest? Zag ze dan niet in één oogopslag dat het 'beest' de liefste ogen had, zijn voorpoten wijd open hield alsof het haar wilde omhelzen, en waardoor de woorden 'I love you' op zijn roze truitje goed zichtbaar waren? Zag ze niet de zielroerende hartjes op zijn pluchen voetzolen, zijn nog niet gekraste zieltje in zijn scheeflieve glimlach? Op maat gemaakte troost, mama. En: 'Ik hou van jou.'
Het beertje had ik na het bezoekuur terug kunnen brengen naar de ziekenhuiswinkel, maar ik besloot er iemand mee te verrassen die ik ook liefheb en die het zeker op waarde in zou schatten. En zo niet, dan zou ze zeker hebben gedaan alsof. Want wie kan Teddy in godsnaam afwijzen?
De koningin-vriendin nam Teddy in ontvangst, maar kon niet nalaten te zeggen dat ze het jammer vond dat ik hem in eerste instantie voor mijn moeder had gekocht en niet meteen voor haar. Vervolgens 'vergat' ze hem aan het eind van de avond mee te nemen en werden zowel Teddy als mijn bedoelingen andermaal verworpen. Misschien komt ze hem alsnog halen, maar ik zal hem haar niet nog eens opdringen. Ook een klein hart van polyester kan geschramd raken.
Twee keer was genoeg geweest. Leuren met liefde kent grenzen. En daarom blijft Teddy vanaf nu bij mij, waar ik ook zal gaan. Hij met zijn roze truitje, ik met het mijne, dat onzichtbaar onder elk van mijn jurken dezelfde woorden zingt.